'Het jankje van de Saudade'
Column: O pequeno gemido da Saudade
zaterdag 25 april 2026, 07:47 uur
Waarom nemen honden in buitenverblijven op het platteland, die daar met één of twee mensen leven, het waken zo serieus? En waarom blaffen ze soms in patronen waar de blaf overvloeit in kleine jankjes — heeft dat in de wereld van de hondencommunicatie wellicht een bepaalde betekenis?
Het zijn vragen die ik me hier, op het platteland in het zuiden van Portugal, vanzelf ben gaan stellen. Want als ik 's nachts vredig in mijn tent op een dubbel matras lig, hoor ik ze op bepaalde momenten naar elkaar blaffen: van pakweg 200 meter verderop tot misschien wel een kilometer of twee, waar ze het huis en omvangrijke landschap eromheen van hun eigenaar bewaken. Ze leven vaak volledig buiten, dus ook 's nachts. Deze honden blaffen wel door elkaar, maar lijken ook te reageren op elkaars geblaf — wat ik eigenlijk al vrij snel met enige fantasie beschouwde als een dialoog in: "Hoe was jouw dag, broeder?" En dat die andere hond 2 km verder dan terugblaft: "Ja, dat kutwijf was weer langs met die lul van een vent. Dit zijn toch geen vrienden? Maar goed, nog wel een paar keer geaaid — hoe is het daar?"
Noem die interpretatie geklets in de bovenkamer, maar hij zit dichter bij de waarheid dan het lijkt. Wat je 's nachts hoort is kennelijk een waarachtig fenomeen — onderzoekers noemen het relay barking. Het begint bij één hond die iets waarneemt, en dan reageert de volgende, en de volgende: een golf die zich over het landschap verspreidt. Ze voeren een voortdurende territoriale check-in uit. Ze bevestigen aan elkaar dat ze er zijn, dat hun plek intact is, dat alles klopt.
Honden die buiten leven op het platteland nemen dat waken zo serieus omdat hun territoriuminstinct volledig geactiveerd is — een concreet, afgebakend gebied dat van hen is en verdedigd moet worden. Overdag is er concurrerende ruis. 's Nachts is het geluidslandschap leeg, dragen geluiden verder, en piekt de waakzaamheid toch al. Ze herkennen elkaars individuele stemmen en weten het verschil tussen een routine-seintje en iets wat echt alarm vraagt.
Het jankje
En dan is er het nachtelijke hondengejank — dat ook wel terugkomt als ze iets of iemand missen, en waar ze dan, heel droog gezegd, opwinding over voelen. Dan komt dat jankje weer. Het is het geluid van onvervulde verwachting: de hond heeft iemand in zijn sensorische geheugen — een geur, een geluid, een silhouet — en de werkelijkheid stemt niet overeen met wat hij wil. Dat spanningsveld tussen verlangen en afwezigheid produceert precies dat geluid.
Het bijzondere is dat het er niet gecontroleerd uit lijkt te komen. Het ontsnapt meer, zoals mensen een zucht of een kreuntje kunnen maken zonder het te plannen. Bij waakhonden op het platteland komt het op die kruispunten: ze ruiken de baas op de wind, of horen een vertrouwde hond in de verte — maar het is te ver, te vaag, te onbereikbaar.
Honden produceren oxytocine bij sociale binding, net als mensen, en de afwezigheid ervan creëert een meetbaar ongemak. Droog gezegd: opwinding over iets wat er niet is. Maar dat is misschien wel de meest universele emotionele ervaring die er bestaat.
Door Portugezen en Brazilianen simpelweg saudade genoemd, wat zich in het Nederlands nog het best laat vertalen als heimwee, al omschrijft men het woord vaak als onvertaalbaar vanwege de gelaagdheid: dat verlangen naar iets wat er was of wat je verwacht, maar nu afwezig is, met de pijn en de warmte die tegelijk in die afwezigheid zitten. De buitenhond geeft er met zijn jankblafjes in het holst van de nacht een universeel geluid aan: O pequeno gemido da Saudade. Het jankje van de Saudade.
— T.S. (25/04), 7:47


